Digitale geletterdheid in de context van het gezin

Dit project onderzoekt de rol van de verschillende sociale contexten waarin kinderen “leven” en die verbonden zijn door digitale media. We focussen op de rol van familierelaties en formeel (basisonderwijs) en informeel onderwijs (buitenschoolse opvang). Het volgen van kinderen in verschillende contexten is noodzakelijk, omdat het leven van kinderen tegenwoordig wordt gekenmerkt door voortdurende blootstelling aan en onderdompeling in digitale media. Digitale media zoals smartphones, spelcomputers en sociale media zijn verweven met de ontwikkelingsprocessen van kinderen: het vormen van een identiteit, het opbouwen van vriendschappen, het communiceren met familie en het ontdekken van de wereld buiten hun vertrouwde omgeving. Bovendien verbinden deze media ook verschillende domeinen in het leven van kinderen, zoals de school, de hobbyclub, het huis en de naschoolse opvang. Niet alleen reizen mobiele media van de ene locatie naar de andere, digitale platformen vermengen ook verschillende “offline” domeinen tot één hybride online omgeving.

Dit project onderzoekt of en hoe de oorzaken die de ontwikkeling van digitale geletterdheid bevorderen of verhinderen, verschillen tussen kinderen met een meer of minder kwetsbare socio-economische achtergrond. De vraag wordt gesteld onder welke omstandigheden de ontwikkeling van digitale mediageletterdheid wordt ondersteund binnen huishoudens, en wat deze verschillen in hoe gezinnen omgaan met media binnen het huishouden betekenen voor de mediapraktijken van kinderen binnen en buiten het gezin. Het project richt zich in het bijzonder op drie domeinen van digitale geletterdheid:

  • Geïnformeerd burgerschap: hoe ontwikkelen kinderen inzicht in de sociale werkelijkheid via digitale media?
  • Sociaal kapitaal: hoe ontwikkelen kinderen persoonlijke relaties via digitale media?
  • Digitale weerbaarheid: hoe gaan kinderen om met kwesties van privacy en online veiligheid?

Voortbouwend op een KIEM pilot-project met partner Stichting Kinderopvang Groningen (SKSG) zullen we kinderen tussen 8 en 12 jaar uit gezinnen met verschillende sociaaleconomische achtergronden die naar de naschoolse opvang (BSO) van SKSG gaan nauwkeurig bestuderen. We richten ons op deze leeftijdsgroep omdat dit vormende jaren zijn waarin kinderen media gewoonten ontwikkelen die de rest van hun leven aanhouden (Zilka, 2016). Over een periode van 3 jaar wordt er etnografisch onderzoek gedaan in verschillende wijken binnen de stad Groningen. Elke BSO-locatie heeft een specifieke leeftijdsgroep van 8-12 jaar. Sommige kinderen gaan de volle vier jaar naar de BSO. Andere kinderen gaan korter naar de BSO, waardoor zowel de individuele ontwikkeling in de loop van de tijd bestudeerd kan worden als er een stevig aantal deelnemers is (variërend tussen de 80 en ongeveer 200 deelnemers).

Kinderen in deze BSO-groepen kennen elkaar meestal ook van de lagere school en van sport- en hobbyclubs. Hun levens zijn dus in veel opzichten met elkaar verweven. Terwijl de BSO fungeert als uitgangspunt voor het project, worden kinderen bestudeerd terwijl ze tijd doorbrengen a) op buitenschoolse opvang (BSO) locaties van SKSG b) thuis en c) op school. Dit stelt ons ook in staat om hun relaties met ouders, leerkrachten en vrienden te bestuderen. Dit is van cruciaal belang omdat het ontwikkelen van digitale geletterdheid voor een groot deel een sociale activiteit is. Het is bijvoorbeeld bekend dat het mediagebruik van kinderen wordt beïnvloed door de mediapraktijken van hun ouders (Edgerly et al., 2018). Zo kunnen bijvoorbeeld de aanwezigheid van media in het huishouden en de frequentie van mediagebruik door andere gezinsleden van invloed zijn op de ontwikkeling van de mediageletterdheid van kinderen.